Geschiedenis van de tandheelkunde

Ik wil jullie in deze column meenemen naar een stukje geschiedenis van de tandheelkunde. Wanneer is die ontstaan en wat deed men vroeger zoal? Wat waren de opvattingen? Hoe doen wij het nu?

De tandheelkundige geschiedenis is lang, maar ik zal de meest belangrijke gebeurtenissen met jullie delen. De oudste vondsten van geboorde tanden/kiezen stammen uit de Nieuwe Steentijd, die begon in 11.000 voor Christus. De mensen uit die tijd dachten dat tandworm de oorzaak was van tandbederf. 3.000 jaar voor Christus werden tanden al aan elkaar gezet door middel van gouddraad. Een leuk feitje tussendoor: In de 18e eeuw voor Christus werden tanden/kiezen getrokken als straf. Kronen en bruggen zijn ook geen nieuwe ontdekkingen. In 700 voor Christus zaten die al in gebitten. En de geschiedschrijving over de Grieks-Romeinse wereld meldt al mondziekten en gebitsbehandeling.  Er werd een ‘tandenpelikaan’ ontwikkeld om tanden/kiezen te trekken.

In 1683 ziet Antoni van Leeuwenhoek onder zijn zelfgemaakte microscoop bacteriën in tandplak en werd tandheelkunde pas een moderne wetenschap.

In 1780 maakten ze van varkenshaar   de eerste tandenborstels. Daarna kwam de tandpasta na een lange productie op de markt. Kort voor 1900 werd plaatselijke verdoving met cocaïne toegediend met behulp van grote naalden. De eerste röntgenfoto werd ook vervaardigd. Gebitsprotheses waren van metaal. Lekker zwaar!

 

 

 

 

In het begin van de 20e eeuw was de tandheelkunde nog zo duur dat sommige mensen ervoor kozen  hun hele gebit te laten trekken, om eventuele tandpijn te voorkomen. Het verwijderen van het gebit zag men toentertijd als perfect cadeau voor een 21e verjaardag of trouwerij. Je moet er toch niet aan denken een kunstgebit cadeau te krijgen van je (schoon)familie?

 

 

Tussen 1930-1943 werd fluoride ontdekt dat tandbederf voorkomt. In 1962 kwamen er witte vullingen op de markt en in 1970 besloten Nederland en België het kraanwater niet te fluorideren, omdat er reeds fluoride in tandpasta aanwezig was.

Ongeveer 100 jaar geleden werd in de tandheelkunde het motto: “Extension for prevention” gebruikt. Dit betekende dat een groot deel van de gezonde tand/kies werd opgeofferd om gaatjes te voorkomen en niet te laten uitbreiden. Nu spaart de tandarts het weefsel van de tand/kies juist zoveel mogelijk en worden vullingen zo klein mogelijk gehouden.

Tegenwoordig wordt de tandheelkunde steeds wetenschappelijker en meer gericht op het voorkomen van problemen in de mond en het mooier maken van het gebit. Ook worden beginnende gaatjes in de gaten gehouden en niet direct geboord en gevuld.  Preventie lijkt het toverwoord van de 21e eeuw.

Is er een onderwerp waar jij nog wat over wil weten? Stuur een e-mail naar info@topdental.nl.